1. ALGEMEEN

1-01

Verantwoording

Algemeen

Versie: 2021

 

Verantwoording

De inhoud van dit document is samengesteld onder verantwoordelijkheid van PBTconsult B.V. De ervaringsdeskundigen van de Oogvereniging zijn een belangrijke input geweest voor het ontstaan van deze standaard en ook specialist Roland van Grinsven, heeft een zeer belangrijke bijdrage geleverd voor de eerdere versies van dit document (2009 en 2013). Een aantal medewerkers uit de verschillende expertise organisaties, Bartiméus, Koninklijke Visio en de Robert Coppes Stichting, heeft meegelezen en feedback gegeven op deze nieuwe 2021-versie.


1-02

Inleiding

Algemeen

Versie: 2021

 

Inleiding

Mensen met een visuele beperking zijn voor hun oriëntatie in belangrijke mate afhankelijk van duidelijke, éénduidige, voorspelbare en oriëntatiegerichte geleiding. In de openbare ruimte bestaat deze geleiding vooral uit gidslijnen en geleidelijnen.

Gidslijnen: natuurlijke of reeds aanwezige structuren die kunnen dienen om plaats en richting te bepalen.

Geleidelijnen: speciaal gemaakte routes in een gebied die zowel tactiel als visueel waarneembaar zijn.

 De eerste versie van de ontwerprichtlijnen voor routegeleiding is in 2009 door de Stichting PBT (nu: PBTconsult B.V.) i.s.m. VIZIRIS (nu: Oogvereniging) ontwikkeld.

Voor deze uitgave is niet alleen wederom nauw samengewerkt met de Oogvereniging, maar ook met gespecialiseerde toonaangevende kennisorganisaties als de Koninklijke Visio, Bartiméus en de Robert Coppes stichting . Deze samenwerking is van belang voor het draagvlak.

In 2012 is de internationale ISO/FDIS 23599 norm voor routegeleiding uitgekomen. De uitgangspunten die in de Nederlandse situatie kunnen worden geïmplementeerd zijn in de toenmalige ontwerprichtlijn overgenomen. Echter niet alle in de ISO/FDIS 23599 opgenomen criteria zijn overgenomen. De reden hiervoor was dat deze te veel afweken van de al veel langer in Nederland gebruikte systematiek. Dit past ook binnen de opzet van de ISO-norm omdat dat daarin ook wordt verwezen naar Nationale normen.

Inmiddels liggen op alle spoorwegstations (gerealiseerd onder de verantwoordelijkheid van Prorail), en ook op vele locaties in gemeentelijke situaties geleidelijnen die compliant aan de “Ontwerprichtlijnen Routegeleiding 2013” zijn ontworpen.

Deze nieuwe uitgave is behalve in geprinte versie ook via de website van PBTconsult in te zien. Voor nadere informatie zie: www.pbtconsult.nl.

Gemeenten, stedenbouwkundigen, architecten en anderen die zich bezighouden met de inrichting van de publieke ruimte en het ontwerpen van gebouwen hebben met deze standaard een handvat om veilige, bruikbare en consistente routegeleiding te ontwerpen.

Deze standaardisatie heeft als voornaamste doel dat mensen met een visuele beperking, ongeacht waar zij zich in Nederland bevinden, aan de hand van uniforme oplossingen veilig en zeker hun weg kunnen vinden.

Deze norm zal zich, naar verwachting, in de loop van de tijd verder ontwikkelen in verband met voortschrijdende (technische) ontwikkelingen, met name op het gebied van het koppelen van (digitale/internet) intelligentie aan de routegeleiding.

PBTconsult dankt iedereen die heeft meegewerkt aan deze, voor Nederland (en Europa), unieke uitgave.


1-03

Uitgangspunten

Algemeen

 

Versie: 2021

 

 

Doel

Routegeleiding is primair bedoeld voor mensen met een visuele beperking die zonder dit hulpmiddel hun weg niet zelfstandig kunnen volgen. Gids- en geleidelijnen zijn dus geen doel op zichzelf, maar een voor velen essentieel hulpmiddel voor oriëntatie. Routegeleiding dient door de wegbeheerder in goede conditie te worden gehouden zodat betekenis en functie gehandhaafd blijven.

De routegeleiding zoals in deze ontwerprichtlijnen beschreven is uitsluitend gericht op het aangeven van veilige routes in een gebied, het is geen navigatiesysteem.

Wereldwijd worden er digitale navigatiesystemen voor buiten en binnen ontwikkeld, zodat in de (nabije) toekomst het systeem van geleidlijnen en gidslijnen kan worden gekoppeld aan deze digitale navigatiesystemen.

De basisuitgangspunten voor het ontwerpen van goede, geschikte routegeleiding moet onder alle omstandigheden gebaseerd zijn op de volgende 3 items:

  • Eénduidig
  • Eénvoudig
  • Veilig

 

Gebruik

Gids- en geleidelijnen communiceren de vind- en volgbaarheid met de gebruikers op drie manieren:

  • Tactiel
  • Visueel
  • Combinatie van tactiel en visueel

De tactiele eigenschappen van de ribbels van de geleidelijn en de noppen van de waarschuwingsmarkering, moeten duidelijk onderscheidend van de ondergrond zijn zodat deze duidelijk met de taststok en/of de voeten voelbaar zijn.

De visuele eigenschappen moeten slechtzienden in staat stellen de aanwezigheid en richting van de lijn te onderscheiden van de omliggende bestrating en/of vloerafwerking.

De lijnen en/of ribbels moeten daarom in een duidelijk contrasterende kleur ten opzichte van de omliggende bestrating en/of vloerafwerking worden uitgevoerd.

De meeste volgers van deze vorm van routegeleiding maken gebruik van zowel de tactiele als de visuele eigenschappen van geleidelijnen.

 

Reikwijdte

 

In dit document zijn niet alleen de gids- en geleidelijnen die onderdeel uitmaken van de geleidingsroute beschreven. Ook andere markeringen, zoals informatieborden en teksten in braille, zijn in dit document beschreven.

Dit document bevat geen verwijzingen naar leveranciers (van onderdelen) van geleidelijnen, maar beschrijft uitsluitend de technische specificaties (m.n. kleur, afmetingen en locaties) waar de lijnen en onderdelen van routegeleiding aan moeten voldoen. Daarnaast beschrijft dit document op welke wijze ontmoetingen van geleidelijnen en aansluitingen op andere elementen (gidslijnen, trappen, etc.) moeten worden gerealiseerd.

 

Praktijk

De praktijk is vaak weerbarstiger dan de theorie en daarom kan het voorkomen dat in bepaalde situaties naar alternatieve oplossingen moet worden gezocht. Bedenk daarbij dat de in dit document opgenomen principeoplossingen altijd leidend zijn.

De Oogvereniging kan situaties toe- en belichten van uit het gebruikersperspectief, terwijl PBTconsult kan adviseren op welke wijze in specifieke situaties consistente oplossingen kunnen worden gerealiseerd.

 

Consistentie

Mensen met een visuele beperking moeten kunnen vertrouwen op de consistentie van geleidelijnen. Ad hoc oplossingen waarbij de regels van deze richtlijnen niet worden gevolgd zijn per definitie fout omdat deze gevaarlijke situaties kunnen opleveren voor de gebruikers.


1-04

Kernwaarden

Algemeen

 

Versie: 2021

 

 

Primaire uitgangspunten

  1. Geleidelijnen liggen alleen in veilige, voor voetgangers bestemde, gebieden.

  2. Overhangende elementen op minder dan 2.300mm boven de geleidelijn (en de obstakelvrije stroken links en rechts van de lijn) zijn niet toegestaan.

  3. Geleidelijnen zijn altijd in twee richtingen te gebruiken (dus geen éénrichtingsverkeer!).

  4. Een geleidelijn is, vanwege de vindbaarheid en gidsfunctie, contrasterend van kleur en verschillend van textuur ten opzichte van de omliggende bestrating / bevloering.

  5. Een geleidelijn bevat zo min mogelijk hoeken, knoop- en beslispunten.

  6. Daar waar gebruik kan worden gemaakt van gidslijnen in plaats van geleidelijnen moet dit zoveel mogelijk worden gedaan m.u.v. de OV-voorzieningen waar juist zoveel mogelijk gebruikt moet worden gemaakt van geleidelijnen.

 

Locatie afhankelijke uitgangspunten

Openbare ruimte algemeen:

Alleen geleidelijnen om openbare gebieden (bijv. stadcentrum, winkelcentrum) en openbare gebouwen (bijv. gemeentehuis, museum, ziekenhuis) bereikbaar te maken vanaf de dichtstbijzijnde OV-halteplaatsen.

Openbaar vervoer algemeen:

De lijn gaat door het brede OV-poortje. Bij dit poortje dient de doorlooprichting altijd in 2 richtingen te kunnen worden gebruikt.

Wanneer er geen poortjes op een station aanwezig zijn maar checkin-checkout (cico) palen gaat de lijn langs de meest voor de hand liggende cico paal.

Uitgangspunten van een toegankelijke route (hoogteverschillen):

a. Indien alleen een trap aanwezig:
Alleen bij beperkt toegankelijke objecten (objecten zonder lift en hellingbaan) loopt een eventuele geleidelijn uitsluitend via de trap. NB.: objecten waarbij alleen met een trap een hoogteverschil wordt overbrugd, voldoen niet aan de ITstandaard.

b. Indien alleen een trap en hellingbaan aanwezig:
Algemeen: Geleidelijn volgt de meest logische en veilige route via de hellingbaan.
In OV-situaties: Geleidelijn volgt de hoofdloopstroomroute via een trap van en naar een perron.

c. Indien alleen een trap en lift aanwezig:
Algemeen: Geleidelijn volgt de meest logische en veilige route via een trap
In OV-situaties: Geleidelijn volgt de hoofdloopstroomroute via een trap en een lift van en naar een perron.

d. Indien alleen een roltrap en lift aanwezig:
Algemeen: Geleidelijn volgt de meest logische en veilige route via de lift
In OV-situaties: Geleidelijn volgt de hoofdloopstroomroute via de lift van en naar een perron.

e. Indien alleen een lift aanwezig:
Algemeen: Geleidelijn volgt de meest logische en veilige route via de lift
In OV-situaties: Geleidelijn volgt de hoofdloopstroomroute via de lift van en naar een perron.

f. Indien alleen een hellingbaan aanwezig:
Algemeen: Geleidelijn loopt via de hellingbaan
In OV-situaties: Geleidelijn loopt via de hellingbaan. (In het openbaar vervoer komt dit vooral voor bij “kopstations”.)

Openbaar vervoer knooppunten:

In en rond een OV-knooppunt wordt de hoofdloopstroomroute in principe altijd voorzien van geleidelijnen.

  1. Bushalte / station
  2. Tramhalte / station
  3. Treinstation
  4. Metrostation
  5. Sneltram station / halte
  6. Taxistandplaatsen
  7. Standplaats Aanvullend Openbaar Vervoer / "Kiss and Ride"
  8. Veerboten
  9. Route(s) van en naar de stadskern(en)

Alle directe vervoer gerelateerde bestemmingen in een OV-knooppunt worden d.m.v. geleidelijnen met elkaar verbonden (ook als er bijv. een muur als gidslijn beschikbaar is).

  1. OV-chipkaartautomaten en kaartautomaten (mits compliant aan de ITstandaard)
  2. Bemenste kaart verkooppunten
  3. OV-Info-automaten
  4. S&A-zuilen (SOS en Advies zuilen)

Aftakkingen naar winkels, kiosken, toiletten, e.d. worden niet gemaakt. Deze onderdelen worden gezien als extra service in of in de onmiddellijke nabijheid van een OV-knooppunt en zijn niet noodzakelijk om een reis te kunnen maken.

NB: De geleidelijnen op alle hierboven genoemde OV-punten moeten aangesloten zijn op de geleidelijnen en/of gidslijnen van de aan het OV-punt aansluitende openbare weg.